U bent hier

Overdenking

Van start met een droom

 

De visienota van de landelijke Protestantse Kerk heeft als titel: Van U is de toekomst. Zoals in het vorige Tsjerkefinster al in de openingsbijdrage van collega Inge Landman stond, heeft het landelijke jaarthema 2021-2022 hetzelfde opschrift gekregen. In Surhuizum hebben we op de startzondag dit thema uitgewerkt aan de hand van het verhaal van Jozef. Maar dat de toekomst van God is, komt waarschijnlijk niet als eerste in je gedachten, als je begint te lezen in Genesis 37.

In de voorafgaande hoofdstukken is al verteld over de twaalf kinderen die Jakob, de zoon van Isaak en de kleinzoon van Abraham heeft gekregen. Toch begint hoofdstuk 37 met de aankondiging: Dit is de geschiedenis van Jakob en zijn nakomelingen (vers 2). Vervolgens wordt vermeld dat Jozef inmiddels zeventien jaar is. Maar waarom staat Jozef hier voorop? Hij is de elfde zoon van Jakob, zoals we lezen in hoofdstuk 30, maar wel de eerste zoon van de geliefde vrouw van Jakob.

Jozef wordt beschreven als de lieveling van z’n vader en het hulpje van zijn halfbroers. Tegelijkertijd is hij een klikspaan die de praatjes over zijn broers doorvertelt aan zijn vader Jakob. Niet bij voorbaat een sympathiek mens! En als hij dan ook nog vertelt over zijn dromen, waarin zijn broers en zelfs zijn ouders voor hem moeten buigen, dan hebben zijn broers het wel gehad met hem. Ze gaan hem hoe langer, hoe meer haten. En als ze de kans krijgen, ruimen ze hem uit de weg. Nog net geen moord met voorbedachten rade, maar verkoop als slaaf, zodat hij hen niet meer kan storen. Aan hun vader sturen ze een vals bericht, waardoor het lijkt alsof Jozef is gedood door een wild dier.

Je vraagt je af, waarom staat dit in de Bijbel? Wat heeft dit van doen met God, en met de toekomst van God? Dit is toch vooral een beeld van hoe het mis kan gaan in gezinnen, als er sprake is van voortrekken, jaloezie, haat en nijd?

Velen zullen het vervolg kennen. Dromen blijven een rol spelen, maar niet meer over de positie van Jozef. Die moet eerst zelf diep buigen, als slaaf en als gevangene. Maar dan staat er wel telkens: De Heer stond Jozef terzijde, zodat het hem goed ging 4 (39:2, 3, 21 en 23). En niet alleen Jozef ging het goed, maar ook het huis van de Egyptenaar waar Jozef als slaaf werkzaam was (39:5). Dat kan dus! Dat je zelf in een ongewenste positie zit en toch tot zegen kunt zijn voor de mensen om je heen. Of je nu ongelukkig bent op je werk of in je gezin, of je bent beperkt in je mogelijkheden door een ziekte of handicap, of je kunt om een andere reden niet functioneren zoals je dat zou willen, dat wil niet zeggen dat jouw rol is uitgespeeld in het licht van Gods Koninkrijk.

Hoe een en ander heeft gewerkt in het leven van Jozef, wordt ons niet verteld. Over zijn gevoelens en gedachten horen we niets, totdat de vrouw van zijn meester hem probeert te verleiden. Dan maakt hij een statement: Hoe zou ik zo’n grote wandaad kunnen begaan en zo kunnen zondigen tegen God? (39:9) En wanneer Jozef zich bekommert om de schenker en de bakker van de farao, die in de gevangenis een slechte nacht achter de rug hebben vanwege hun dromen, zegt hij: De uitleg van dromen is toch een zaak van God? Vertelt u mij die dromen eens (40:8)

Als Jozef voor de schenker een gunstige uitleg heeft gegeven, vraagt hij hem om een goed woord te doen bij de farao, zodat hij vrij kan komen uit de gevangenis. Maar de schenker vergeet hem en het duurt nog twee volle jaren, voordat er weer iets gebeurt (41:1). Jozef is inmiddels 30 jaar (41:46) wanneer de farao angstig wordt vanwege dromen die zijn wijze raadslieden hem niet kunnen uitleggen. Pas dan herinnert de schenker zich de droomuitleg van Jozef. Maar als de farao tegen Jozef zegt dat hij gehoord heeft dat Jozef dromen kan verklaren, zegt Jozef: Dat is niet aan mij, maar misschien geeft God een uitleg die gunstig is voor de farao (41:16).

Jozef geeft niet alleen uitleg aan de farao, maar ook advies over hoe om te gaan met dat wat God door deze dromen heeft bekendgemaakt. Farao is daarover zo enthousiast dat hij Jozef aanstelt als degene die uitvoering mag geven aan het advies. Want, zo zegt hij: zouden we ooit iemand kunnen vinden als deze man, iemand die zo vervuld is van Gods geest? (41:38)

Als jongeman is Jozef van start gegaan met een droom die heel mooi leek voor hemzelf. Maar wat kreeg hij een zware weg te 5 gaan, voordat hij - na dertien jaar! - op die bijzondere plek werd aangesteld door de farao. Hóe hij tot inzicht is gekomen dat God hem op deze wonderlijke manier heeft willen gebruiken om zijn hele familie te redden van de honger, wordt ons niet verteld. Wel hoe Jozef vanuit dat inzicht is omgegaan met zijn broers die hem uit de weg hadden willen ruimen. In plaats van haat en wraak laat Jozef genegenheid aan hen zien en is hij bereid om zich voor hen in te spannen. Na de dood van vader Jakob zei hij tegen hen: Wees maar niet bang. Ik kan toch Gods plaats niet innemen? Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd, om te bewerken wat er nu gebeurt: dat een groot volk in leven blijft. Wees dus niet bang. Ik zal zelf voor jullie en jullie kinderen zorgen (50:19-21).

Zo wordt een menselijk familiedrama geplaatst in het licht van Gods bemoeienis met onze levens. We noemen dat wel ‘heilsgeschiedenis’. ‘Heil’ dat in de ‘geschiedenis’ van ons mensen zichtbaar wordt. De dromen van Jozef zijn daarvan een voorteken, zoals later de droom van zijn naamgenoot, de aanstaande man van Maria, een voorteken was van heil dat met de komst van het kindje Jezus zou komen. Dat kind waarvan in de droom gezegd wordt dat het Immanuël zal heten: God met ons! (Matteüs 1:18-25).

Gods heil, zijn grenzeloze liefde voor de mensen, voor zijn schepping hangt niet als een vrome wolk boven onze hoofden, buiten onze tijd, los van ons leven en los van de gebeurtenissen in ons leven en samenleven. Nee, Gods heil gebeurt midden in de realiteit van ons bestaan. Als je wilt weten hoe dat precies ‘werkt’, dan blijven er bij ons een heleboel vragen over. Maar ben je dan gericht op de kern van de zaak? Als je God wilt narekenen, schat jij jezelf wel erg hoog in.

De geschiedenis van Jozef ging van start met een droom. Een prachtige droom die hem eerst vele jaren van ellende opleverde. En durf je dan - met Jozef te zeggen - God heeft dat ten goede gekeerd, om te bewerken wat er nu gebeurt: dat een groot volk in leven blijft. Oftewel durven we geloven dat God ons zo liefheeft dat Hij ons in voor- én tegenspoed wil leiden op de weg naar zijn toekomst?

 

ds. Guda Borger