U bent hier

Overdenking

Christen zijn in het leven van alledag

terugblik op een studiereis (2)

In het oktobernummer van het Tsjerkefinster

schreef ik over de Redeemer Presbyterian Church en het werk van

ds. Tim Keller in New York. Eén van de speerpunten in de benadering van

Keller is dat geloof niet een apart ‘stukje’ is van

ons leven, maar het fundament, de basis voor heel ons leven. Je

zou ook kunnen zeggen: geloof is niet een extra ‘klus’ naast het

toch al drukke bestaan, maar de keuze voor een bepaalde manier van

leven. Vragen die er toe doen bij het maken van die keuze zijn:

is jouw leven van jezelf of heb je het gekregen 

als je het leven ervaart als een geschenk, als iets dat jij hebt

ontvangen, wat wil jij dan uit dankbaarheid terruggeven?

Als je God erkent als de schenker van het leven, houd je in jouw leven

dan ook rekening met God? Om het wat klassiek te zeggen: wil je leven

voor Gods aangezicht?

Naar de beschrijving van de evangelist Matteüs sprak Jezus Christus

regelmatig over de noodzaak voor de mens om te handelen naar de wil

van zijn Vader. Bijvoorbeeld in die korte gelijkenis voor de hogepriesters

en de oudsten die uitloopt op de vraag: ‘wie heeft de wil van zijn vader

gedaan?’ (Matteüs 21:31) En als Jezus hoort dat zijn moeder en broers

hem willen spreken zegt Hij met een gebaar naar leerlingen: ‘Zij zijn

mijn moeder en broers. Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel

doet, is mijn broer en zuster en moeder’ (Matteüs 12:47 50). Het meest

scherp klinkt het in de afronding van de Bergrede:

‘Niet iedereen die

“Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan,

alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader’ (Matteüs 7:21).

Het motto van Jezus zelf was: ‘Ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat Ik wil,

maar om te doen wat Hij wil die mij gezonden heeft’

(Johannes 6:38). Stel nu dat jij Jezus wilt navolgen en besluit niet voor

jezelf te willen leven, maar voor God, onze Vader in de hemel. Hoe doe

je dat dan? Op die vraag is geen pasklaar, voor iedereen geldend

antwoord te geven. Want onze levensomstandigheden, onze kwaliteiten

en onze leeftijden zijn niet gelijk en dat geldt ook voor jouw plek in het

gezin, op school, op je werk en op de andere plekken waar je bezig bent

in de samenleving. We gebruiken daarvoor vaak het woord: context dat

wat jou omgeeft. Gegeven jouw ‘context’, zal je je elke keer weer moeten

afvragen: wat zou God in deze situatie van mij verwachten? Daarbij gaat

het om wat je denkt, wat je doet of niet doet en om wat je zegt of niet

zegt.

 

 

Dat klinkt natuurlijk als een enorme opgave, maar het is niet anders dan

wat je toch al doet: denken, (niet) doen en (niet) zeggen. De vraag is

alleen met het oog waarop je die dingen doet. Ben je daarbij gericht op

wat voor jouzelf prettig of gunstig is, of let je echt op wat in het licht van

Gods boodschap op dat moment een goede keuze kan zijn. Jezus heeft

met een paar woorden samengevat waar het in dat laatste geval om

gaat: God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf.

Misschien helpt het om een paar concrete voorbeelden te noemen. Voor

mijzelf heb ik de keuze gemaakt om ‘open te willen staan’ voor dingen

die onverwacht op mijn pad komen. Mijn dagelijkse agenda is meestal

goed gevuld, maar als ik hoor dat iemand behoefte heeft aan eeng

esprek over zaken die hem of haar bezighouden, dan gaat die mens

vóór op de planning in mijn agenda. Dat kan soms best wel stress voor

mijzelf opleveren, maar mijn ervaring is dat ook wat moest blijven liggen

op de een of andere manier wel weer wordt opgelost. Ik ervaar daarin de leiding van Gods Geest.

Als ik kijk naar de invulling van het leven van vooral jongere mensen,

zeg tussen de 18 en 45 jaar, dan lijkt het wel alsof iedereen zijn uiterste

best doet om positieve waardering te ontvangen op alle terreinen van het

leven. Dat betekent dat mensen zich overal maximaal voor willen

inspannen en tegelijkertijd proberen ‘alle ballen’ in de lucht te houden,

van studie, werk, sport, uitgaan, meedoen via social media,

vrijwilligerswerk, mantelzorg en noem verder maar op. In de praktijk blijkt

deze levenshouding niet alleen veel stress en burn out’s op te leveren,

maar ook een schijnwereld waarin veel mensen zich alleen maar van

hun beste kant laten zien. Zou dat nu zijn waar God op zit te wachten?

Je probeert het iedereen naar de zin te maken, maar op een bepaald

moment weet je niet meer wie je zelf bent. Mij lijkt het veel belangrijker

dat je ontdekt wat jouw eigen sterke kanten zijn, die God aan jou heeft

gegeven om als ‘gaven of kwaliteiten’ in te zetten voor het leven voor zijn

aangezicht. Het bewust stellen van prioriteiten kan een hoop spanning

voor jezelf wegnemen en daardoor ontstaat meer ruimte om aandacht te

hebben voor God en voor de naaste.

ds. Guda Borger