U bent hier

Afscheid

Door Redactie op za, 05/12/2015 - 11:38

Mensen vragen wel eens, hebben jullie er zin in om te verhuizen of zien jullie er tegen op? Want na tien jaar wonen en werken hier, is de tijd aangebroken om afscheid te nemen. En hoe beleef je dat dan, als je achterom ziet, en vooruit ziet? Toen we in Surhuizum kwamen wonen, waren onze twee oudste kinderen Douwe en Christiaan 4 en 2 jaar oud. En hier werden Daniël en Debora geboren. De kinderen zitten hier op school, op de sportverenigingen, en hebben hier hun vrienden. Als gezin ben je verweven met het leven van het dorp en de gemeente. Na een jaar veranderden we van woning, en kwamen we in de huidige pastorie. Een royale woning, waar het goed toeven is. Met Neeltje aan mijn zijde, meehelpend, en meedenkend, en als klankbord. Als we achterom zien, mogen we zeggen, het was een goede tijd. In ons persoonlijk leven hebben we Gods liefde en trouw steeds opnieuw mogen ervaren.

Hoe was het om te werken in de gemeente van Surhuizum?

Wat dat betreft heeft de kerk ook wel wat van een schip. De ene keer heeft het de wind vol in de zeilen. Er zijn ook tijden dat je uit alle macht moet roeien, tegen de golven en de wind in, om niet achter uit te gaan. In het kerkelijk leven is het soms ook wisselvallig weer. Hoe houd je dan de moed er in, en blijf je enthousiast?

Wat mij er persoonlijk boven uit tilde, was het geloof. Daar heb ik kracht uit geput. Wij mogen zaaien, God zal er de wasdom aan geven.

Wat het werken in de gemeente betreft, je moet je aandacht steeds goed verdelen tussen de verschillende taken. Het is altijd druk. Je schiet ook tekort. Is het niet hier, dan wel daar. Dat geeft ook altijd schuldgevoel. Wat de richting van de gemeente aangaat, maakte ik natuurlijk ook keuzes. Ik heb eens een mooi boek gelezen, getiteld: waar blijft de kerk? En de conclusie van het onderzoek was toch: de kerk blijft daar, waar die blijft bij het Woord van God. En dat heb ik geprobeerd vast te houden, met als kern daarvan, Christus en die gekruisigd. Want ik geloof, dat als we dat loslaten, dan raakt de hele kerkboot op drift. Dan kan er tijdelijk zelfs even een opleving lijken te komen, maar het wordt haar ondergang.

 

Nu ik achterom zie, ben ik dankbaar. Ik ben dankbaar dat ik hier mocht werken. Ik ben dankbaar voor de mensen die in de kerk kwamen; en voor de contacten in en buiten de gemeente.

Dankbaar ben ik ook, als ik zie hoeveel mensen zich inzetten voor de gemeente en de HEER. Een bekend theoloog zei: je moet niet alleen blij zijn met de kerk zoals die moet worden, maar ook blij zijn met de kerk die er is. En dat ben ik ook. Of de begeleidingsband nu speelt of het orgel, het is een gemeente om van te houden.

En nu gaan we weg.

Bij mij kwam het beeld even op van een boot, op de kade bij Rotterdam. Zo’n plaatje van vroeger, van mensen die afscheid namen van hun familie. Dat was een afscheid voor altijd. Maar voor ons niet. Ik hoop hier nog eens weer te komen, en voor te gaan in een dienst. Voor onze kinderen is het best ingrijpend. Want hier ligt een deel van hun jeugd, hun klas ook. Om nog even bij het beeld van die boot te blijven. Wie zit er nu op die boot met emigranten? Je zou kunnen zeggen, de predikant met zijn gezin. Maar je kunt ook zeggen, die boot dat is gemeente. En die boot is op weg, op weg naar een nieuw land. Daarom: Adieu! Dat is: Vaar wel! Vaar met God! Maar ook: houdt koers! Als het moet, dwars door de storm heen! En die koers is: houdt vast aan het Woord van God; houdt vast aan Jezus Christus en die gekruisigd, als de belijdenis van deze kerk!

Een hartelijke groet van Binne, en van Neeltje, en van de kinderen